Ik zie rond in de wereld! – Open naar alle richtingen?

Elke ochtend zeggen leerlingen op vrijescholen de ochtendspreuk. In de woorden “Ik zie rond in de wereld” klinkt een uitnodiging door om de wereld waar te nemen zonder oordeel. 

Op de Stichtse Vrije School in Zeist opent onze grondsteenspreuk met: “Open naar alle richtingen.” We spreken die woorden wekelijks, maar de laatste jaren we vroegen ons af: zijn we dat ook werkelijk? Die vraag werd ons jaarthema – en  inmiddels werken we er nu al twee jaar mee omdat we merken dat het ons tijd kost om echt bij deze vraag stil te staan. 

Openheid is immers geen vrijblijvendheid. Het is een bewuste keuze om onze blik te richten op wat er rondom ons leeft – in de samenleving, in andere tradities, in perspectieven die ons vreemd zijn – en daar werkelijk naar te luisteren.

Tradities bevragen

Op onze school richten we ons onder andere op de jaarfeesten en gebruiken. Niet om het geestelijke –de verbinding met de ander, de seizoenen en het hogere – eruit te halen. Integendeel, het woord religie komt van het Latijnse religare: herverbinden. Dat is precies waar het om gaat. Onze tradities zijn ooit ontstaan om mensen te verbinden – met elkaar, met de seizoenen, met iets dat groter is dan henzelf. Maar vormen kunnen ook verstenen. Dan worden het gewoontes die we op een specifieke manier uitvoeren omdat we ze altijd zo gedaan hebben, zonder nog te weten waarom. Door ons af te vragen wat we met onze tradities beogen, onderzoeken we hoe we oude tradities kunnen herijken of nieuwe vormen ervoor kunnen vinden die ons kunnen verbinden. Niet minder spiritueel, maar juist meer: levend in plaats van gestold.

Om die herverbinding te maken, moeten we eerst eerlijk kijken naar waar we staan. Ook wij leven in een bubbel. In Zeist al helemaal. Toen ik samen met Jan Jaap Hubeek een podcastserie maakte over inclusie en diversiteit, werden we geconfronteerd met een ongemakkelijke vraag: hoe kan het dat scholen die zo zorgvuldig naar kinderen kijken, vaak geen afspiegeling vormen van de wereld waarvoor ze opleiden? Als we leerlingen willen leren zich te verbinden met de wereld om hen heen, dan moeten we daar als team zelf ook mee bezig zijn.

We voelen en weten dat we er iets mee moeten, maar vinden het lastig. Daarom zoeken we steeds naar ruimte in de pedagogische vergadering om met elkaar te verbinden rond deze vragen. Dat lukt soms en soms niet, door alles wat ook moet gebeuren.  Het is zoeken, ongemak aangaan. Maar juist dat zoeken is waardevol.

Kennis als voorwaarde

Om tradities te kunnen bevragen en doorgronden, heb je ook kennis nodig. Anthony Heidweiler, associate lector aan de Academie voor Theater en Dans, zei het tijdens zijn lezing op onze school: “De mens die zijn geschiedenis niet kent is als een boom zonder wortels.” En: “Bomen die langzaam groeien krijgen diepe wortels.” Dat geldt voor onze eigen tradities, maar ook voor die van anderen. Je kunt niet open staan voor wat je niet kent.

Om onze kennis te verbreden nodigen we sprekers uit die ons meenemen in onbekende werelden. Petra van Helden, docent levensbeschouwing en oud-leerling van onze school, heeft verhalen uit de Koran toegankelijk gemaakt voor jonge mensen. In een tijd waarin religies soms tegenover elkaar lijken te staan, is het waardevol om de rijkdom van verschillende tradities te leren kennen. Niet om onze eigen tradities te vervangen, maar om ze in een breder licht te zien en om overeenkomsten en verschillen bewust te kunnen hanteren.

Heidweiler benadrukte ook het belang van ruimte: voor twijfel, voor stilte, voor luisteren. Kennis opdoen is niet alleen lezen en weten, maar ook vertragen en je laten raken.

Tijd die ruimte geeft

Om iets nieuws stevig te laten wortelen, moeten we soms vertragen. Het jaarthema van het huidige schooljaar verbindt openheid daarom met tijd: Tijd die ruimte geeft. Niet alleen kloktijd, maar innerlijke tijd – tijd waarin iets mag rijpen.

Dat vraagt moed: gevestigde vormen bevragen, ongemak toelaten, werkelijk luisteren. Het is wat de ochtendspreuk ons elke dag voorhoudt: rond te zien in de wereld, met een open blik.

Een concrete suggestie voor wie hier ook mee aan de slag wil: neem in een teamoverleg samen één jaarfeest of traditie onder de loep. Niet om het af te schaffen, maar om de vraag te stellen: wat beogen we ermee? En: voelt iedereen zich hierin uitgenodigd? Het gesprek dat daaruit ontstaat, is vaak waardevoller dan het antwoord.

Dit artikel verscheen eerder in de Lente/Paaseditie 2026 van de Lerarenbrieven


Wouter Modderkolk is lector Waarde(n) van Vrijeschoolonderwijs aan Hogeschool Leiden. Meer over Wouter · Contact